Acht maanden bleek in de praktijk vaak te kort. De aangifte erfbelasting vraagt om gegevens die er vlak na een overlijden nog niet zijn: een laatste aangifte inkomstenbelasting, een compleet beeld van rekeningen en verzekeringen, en bij een woning een waarde die pas in het nieuwe jaar wordt vastgesteld. Vanaf 2026 is die termijn ruimer. Hieronder wat er precies verandert, en waar de rente in het verhaal zit.
Van 8 naar 20 maanden
Overlijdt iemand op of na 1 januari 2026, dan hebben de erfgenamen 20 maanden na de overlijdensdatum de tijd om aangifte erfbelasting te doen. Tot en met 2025 was dat 8 maanden.
De verruiming werkt niet terug. Is iemand in 2025 of eerder overleden, dan blijft de termijn van 8 maanden gelden, ook als de aangifte pas in 2026 wordt ingediend. De uiterste datum staat altijd in de aangiftebrief van de Belastingdienst; die datum is leidend.
Vanaf wanneer belastingrente loopt
De belastingrente schuift mee met de termijn. Bij een overlijden in 2025 of eerder begint de rente te lopen vanaf 8 maanden na de overlijdensdatum, bij een overlijden vanaf 2026 pas vanaf 20 maanden. De extra tijd kost dus op zichzelf niets.
Aan de achterkant stopt de rente ook weer: uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag, of hooguit tot 19 weken na ontvangst van de aangifte als de Belastingdienst daar niet van afwijkt. Komt de aanslag later dan 3 maanden na ontvangst van de aangifte, dan matigt zij de rente. Het percentage belastingrente is voor de erfbelasting per 1 januari 2026 5 procent; in 2025 was dat 6,5 procent.
Uitstel is niet hetzelfde als later betalen
Hier lopen twee dingen door elkaar die los van elkaar staan: uitstel voor de aangifte en uitstel van betaling.
- Uitstel voor de aangifte. Bij een overlijden vanaf 2026 krijgt u dat alleen in uitzonderlijke situaties en moet u het motiveren; aanvragen kan pas vanaf 2027. Belangrijker: ook mét uitstel loopt de belastingrente vanaf 20 maanden na het overlijden. Uitstel rekt de termijn op, niet de rente.
- Uitstel van betaling. Dat speelt pas nadat de aanslag er ligt; die moet binnen 6 weken betaald zijn. Lukt dat niet, dan zijn er regelingen, maar dan gaat invorderingsrente lopen: vanaf 1 januari 2026 4,3 procent, vanaf de dag na de uiterste betaaldatum.
Twee rentes dus, met twee startpunten. De 20 maanden zijn extra tijd om het goed te doen, geen extra tijd om kosteloos te betalen.
Wat u met die extra tijd kunt doen
- De tweede WOZ-waarde afwachten. Voor een woning mag u kiezen tussen de WOZ-waarde van het jaar van overlijden en die van het jaar erna. Met 20 maanden is die tweede waarde altijd op tijd bekend; met 8 maanden lang niet.
- Een voorlopige aanslag aanvragen. Binnen de aangiftetermijn aangevraagd rekent de Belastingdienst minder of geen belastingrente. U krijgt binnen 8 weken antwoord en betaalt binnen 6 weken; aanvragen of wijzigen mag maximaal 2 keer. Aangifte doen blijft verplicht.
- De aangifte in één keer compleet indienen. Is de aangifte volledig en juist binnen de termijn binnen, dan betaalt u geen belastingrente. Een aangifte die later gecorrigeerd moet worden, kost wel rente.
Wanneer de termijn later begint
Soms gaat de termijn pas later in, omdat bij het overlijden nog niet vaststaat wie er erft: een kind dat nog geboren moet worden (termijn vanaf de geboortedatum), een nog onbekende erfgenaam of executeur (vanaf het moment dat een van beiden bekend is), een verwerping waarbij een ander het deel aanvaardt, of een tweetrapstestament. Speelt zoiets, meld dat dan schriftelijk bij de Belastingdienst; anders loopt de gewone termijn door.
In het kort
- Overlijden op of na 1 januari 2026: aangifte binnen 20 maanden. Overlijden in 2025 of eerder: 8 maanden.
- Belastingrente (5 procent in 2026) loopt pas vanaf die 20 maanden, ook als u uitstel heeft gekregen.
- De aanslag zelf moet binnen 6 weken betaald zijn; daarna komt er invorderingsrente bij (4,3 procent vanaf 2026).
Zit het vermogen vooral in een woning, dan is de volgorde meestal: eerst de waarde vaststellen, dan de aangifte, dan de vraag hoe de aanslag betaald wordt. Over dat laatste leest u meer bij een erfenis met vastgoed.
Dit is algemene informatie en geen fiscaal advies; laat uw eigen situatie altijd naar kijken door een notaris of belastingadviseur. De termijnen en percentages hierboven komen van de Belastingdienst en Rijksoverheid en gelden voor 2026; bedragen en percentages worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.