Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor woningen die de koper niet zelf bewoont per 1 januari 2027 verlagen van 8 naar 7 procent. Veel verhuurders die aan verkopen denken, vragen ons of ze daarop moeten wachten. Soms wel, meestal niet. Hieronder leggen we uit waar dat van afhangt.
Eerst de feiten
- Het tarief voor woningen die de koper niet zelf bewoont — verhuurwoningen, vakantiewoningen, een woning voor een kind — is in 2026 8 procent. Voorgesteld wordt 7 procent per 1 januari 2027.
- Wie een woning koopt om er zelf te wonen, betaalt 2 procent; kopers tussen 18 en 35 jaar betalen niets. Niet-woningen blijven 10,4 procent.
- De Tweede en Eerste Kamer stemmen in november en december. Tot dan is het een voorstel, geen wet.
- Het kabinet rekent zelf op een eenmalig eindejaarseffect: transacties die naar januari schuiven.
Wie betaalt de belasting eigenlijk?
Overdrachtsbelasting betaalt de koper, niet de verkoper. Bij een aankoopprijs van 500.000 euro gaat het om 5.000 euro. Voor een belegger is dat een reëel bedrag, maar het verlaagt alleen zijn aankoopkosten, niet het jaarlijkse rendement van het pand. En op dat rendement rekent hij: huur, kosten en prijs samen. Verwacht dus niet dat het hele procentpunt als hogere verkoopprijs bij u terechtkomt.
Wat wachten kost
Wachten tot januari is niet gratis. Box 3 kijkt naar uw vermogen op 1 januari: staat het pand dan nog op uw naam, dan telt het voor heel 2027 mee, tenzij u via tegenbewijs een lager werkelijk rendement aantoont. Met de cijfers van 2026 (36 procent over een forfait van 6 procent; de cijfers voor 2027 zijn nog niet bekend) is dat bij een pand van 400.000 euro 8.640 euro belasting — meer dan de 4.000 euro die de koper in januari bespaart. Ook het onderhoud, een eventuele leegstand of een moeizame huurrelatie lopen door. En omdat het kabinet zelf verwacht dat transacties naar januari schuiven, bent u dan niet de enige verkoper.
Wanneer wachten wél verstandig is
Soms werkt de kalender in uw voordeel. Kan de overdracht toch pas begin 2027 plaatsvinden — omdat een huurcontract afloopt, omdat er nog onderhoud moet gebeuren, of omdat de koper zijn financiering pas dan rond heeft — dan is het logisch om de levering na 1 januari te plannen. De overdrachtsbelasting is verschuldigd bij de verkrijging, in de regel de levering bij de notaris, niet bij het tekenen van de koopovereenkomst. Tekenen in november en leveren in januari kan dus prima.
Onze observatie
Wij kopen verhuurde woningen zelf aan. Een procentpunt overdrachtsbelasting verandert onze kijk op een pand niet; wat telt is de huur, de staat van het pand en de zekerheid van de afspraken. De leveringsdatum is bij ons bespreekbaar: wie nu een bod vraagt en liever in januari levert, kan dat afspreken. Zo hoeft niemand te gokken op de uitkomst in de Kamer.
Conclusie
Laat de overdrachtsbelasting niet uw verkoopmoment bepalen. Vraag een waardebepaling in verhuurde staat, reken uit wat wachten u kost en kies de leveringsdatum die praktisch het beste past. Valt die na 1 januari 2027, dan is het lagere tarief mooi meegenomen voor de koper — en een argument in uw onderhandeling.
Dit artikel is algemene informatie op basis van het Belastingplan 2027 zoals gepresenteerd op Prinsjesdag 2026 en publicaties van de Rijksoverheid, ABN AMRO en EY. De voorstellen kunnen in de Tweede en Eerste Kamer nog wijzigen. Dit is geen fiscaal advies; leg uw situatie voor aan uw adviseur.