In het Belastingplan 2027 en de brief waarmee het kabinet het aanbood, staan twee maatregelen die niet over particuliere verhuurders gaan, maar wel over hun speelveld: woningcorporaties krijgen fiscaal meer ruimte. Wat betekent dat voor wie zelf een of meer verhuurde woningen bezit?
Maatregel 1: vrijstelling overdrachtsbelasting voor sociaal vastgoed
Corporaties die onderling vastgoed overdragen voor hun maatschappelijke taak (in de wet: diensten van algemeen economisch belang, DAEB) hoeven daar, als het voorstel wordt aangenomen, geen overdrachtsbelasting meer over te betalen. Het gaat om sociale huurwoningen, studentenwoningen en intramurale zorg zoals verzorgings- en verpleeghuizen. De bestaande, bredere vrijstelling voor taakoverdracht blijft bestaan maar wordt ingeperkt; de nieuwe vrijstelling vangt dat op voor het sociale deel. Eigen kantoren en ander niet-DAEB-vastgoed vallen erbuiten.
Maatregel 2: uitzondering op de renteaftrekbeperking
Vennootschappen mogen rente maar beperkt aftrekken: tot het hoogste van 24,5 procent van de fiscale ebitda of 1 miljoen euro. Voor corporaties, die voor nieuwbouw en verduurzaming sterk afhankelijk zijn van geleend geld, pakt die regel onevenredig uit. Het kabinet kondigt aan dat corporaties hiervan worden uitgezonderd. De uitwerking komt in een nota van wijziging bij het Belastingplan; pas dan wordt ook duidelijk vanaf wanneer de uitzondering geldt. Het doel: meer geld voor nieuwbouw, verduurzaming en verbetering van de bestaande woningvoorraad.
Wat dit betekent voor particuliere verhuurders
Aan uw belasting verandert direct niets. Wel schuift er iets in de markt. Corporaties krijgen meer financiële ruimte om te investeren en kunnen sociaal vastgoed makkelijker van elkaar overnemen. De overheid maakt daarmee duidelijk waar zij de sociale huisvesting wil hebben: bij de corporaties.
Voor wie een gereguleerde huurwoning bezit, is dat een signaal. De kopers voor zo’n woning zijn beleggers die met de gereguleerde huur uit de voeten kunnen, en soms een corporatie. De lagere overdrachtsbelasting (7 procent vanaf 2027, als het plan wordt aangenomen) helpt de eerste groep; de nieuwe vrijstelling geldt alleen tussen corporaties onderling, dus niet als een corporatie van u koopt.
Onze observatie
Wij kopen regelmatig woningen van verhuurders die na jaren besluiten dat het gereguleerde segment niet meer bij hen past: te veel regels voor te weinig rendement, en te veel tijd. Die woningen blijven huurwoningen. De stap die het kabinet nu richting corporaties zet, past in dat beeld: het gereguleerde segment wordt steeds meer het terrein van professionele en maatschappelijke partijen. Dat is geen oordeel over particuliere verhuurders, wel een verklaring waarom veel van hen de balans opnieuw opmaken.
Conclusie
Corporaties krijgen twee fiscale steuntjes in de rug; uw aangifte verandert er niet door, het speelveld wel. Heeft u een gereguleerde huurwoning en twijfelt u of u die wilt aanhouden, laat dan bepalen wat die woning vandaag in verhuurde staat waard is. Dan beslist u op cijfers, niet op krantenkoppen.
Dit artikel is algemene informatie op basis van het Belastingplan 2027 zoals gepresenteerd op Prinsjesdag 2026 en publicaties van de Rijksoverheid, ABN AMRO en EY. De voorstellen kunnen in de Tweede en Eerste Kamer nog wijzigen. Dit is geen fiscaal advies; leg uw situatie voor aan uw adviseur.